welkom.jpg
 

09:30 Kerkdienst - K.F. Dwarshuis

Categorie
Kerkdiensten
Datum
2020-03-29 09:30 - 10:30

Kindermoment over waar je aan denkt als iemand jou vraagt om iets lekkers.

Veel kinderen krijgen iets lekkers mee naar school. Een appel of een koekje.

Stel nou dat jij op een dag ineens om twee keer zo veel lekkers vraagt. Wat denkt jouw moeder dan?

Misschien denkt ze wel dat jij een beetje hebberig bent. Misschien wordt ze zelfs wel een beetje boos.

Maar het zou ook kunnen dat mama zegt: “Natuurlijk mag dat.” En dat ze er bij vraagt: “Aan wie wou je die extra appel of dat andere koekje geven dan?” Snap je ‘m? Het zou kunnen dat mama er echt niet aan denkt dat jij dat extra lekkers voor jezelf vraagt. En dat ze direct denkt dat je dat extra lekkers met iemand anders wilt delen.

Dat ligt er een beetje aan hoe mama en jij gewend zijn te denken. Of je gewend bent om extra dingen voor jezelf te vragen, of dat je gewend bent om dingen uit te delen aan anderen.

Zo is het ook met God de Heer. De Heer Jezus leerde ons om te bidden om dagelijks brood, om eten en kleren en geld en spullen. En de Heer denkt daarbij: als iemand mij dat vraagt is dat vast om aan een ander te geven. Want zo is de Heer gewend om te denken.

Maar eerlijk gezegd ben IK niet heel erg gewend om zo te denken. Als ik de Heer vraag om eten en kleren en geld en spullen, dan denk ik meestal aan wat ik voor mezelf graag wil hebben. Want zo ben IK gewend om te denken.

Wat zou de wereld een mooie wereld worden als wij op de manier van de Heer gingen denken. Dat als jij om iets extra lekkers vraagt, dat iedereen dan automatisch weet dat je dat natuurlijk niet voor jezelf vraagt, maar om weg te geven aan iemand anders. Als wij allemaal zó zouden gaan denken, altijd aan een ander denken, wat zou deze wereld dan een fijne plek worden.

 (OT 523: Ik zal de Here God liefhebben)

 

Liturgie:

 Liturgie zondag 29 maart 2020
Ochtenddienst 9.30 uur
Voorganger: ds. K.F. Dwarshuis
GK De Brug

Intochtslied: GK 146:1 (OB)
1. Prijs den HEER met blijde galmen;
Gij, mijn ziel, hebt rijke stof;
'k Zal, zo lang ik leef, mijn psalmen
Vrolijk wijden aan Zijn lof;
'k Zal, zo lang ik 't licht geniet,
Hem verhogen in mijn lied.

Stil gebed
Gesproken votum
Zegengroet

GK 146:3 (OB) en 4
3. Zalig hij, die in dit leven
Jacobs God ter hulpe heeft;
Hij, die door den nood gedreven,
Zich tot Hem om troost begeeft;
Die zijn hoop, in 't hachlijkst lot,
Vestigt op den HEER, zijn God.

4. 't Is de HEER, die alle dingen
door zijn woord heeft voortgebracht.
Eeuwig blijft zijn trouw omringen
ieder die zijn hulp verwacht.
Hemel, aarde, zee en land
blijven door Gods macht in stand.

Wetslezing

GK 72:2,4
2. Dan zullen bergen vrede dragen
en heuvels heilig recht.
Voor heel het volk zal hij doen dagen
het heil, hun toegezegd.
Ellendigen zal hij bevrijden
van onrecht dat hen drukt,
en armen redden uit hun lijden,
vertreden wie verdrukt.

4. Oprechten zullen alom groeien,
daar 't onrecht dan verdwijnt.
Ook zal de vrede volop bloeien,
totdat geen maan meer schijnt.
Van zee tot zee zal hij regeren,
zover men volken vindt.
Men zal van oost tot west hem eren
en prijzen zijn bewind.

Gebed

Kindermoment; OT 523 2X
Ik zal de Here God liefhebben met mijn hele hart,
met mijn hele ziel, mijn hele verstand.
Ik zal mijn naaste liefhebben als mijzelf,
als ik ga of sta, of wacht op zijn ja...
Ik zal de Here God liefhebben met mijn hele hart.

Lezen Lucas 11:1-13 en Matt 6:7-15

Lucas 11 (tekst volgens voetnoot NBV):
1Eens was Jezus aan het bidden, en toen hij zijn gebed beëindigd had, zei een van zijn leerlingen tegen hem: ‘Heer, leer ons bidden, zoals ook Johannes het zijn leerlingen geleerd heeft.’
2Hij zei tegen hen: ‘Wanneer jullie bidden, zeg dan: “Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden, laat uw koninkrijk komen, laat uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.
3Geef ons dagelijks het brood dat wij nodig hebben.
4Vergeef ons onze zonden, want ook wijzelf vergeven iedereen die ons iets schuldig is.
En breng ons niet in beproeving.”’
5Daarna zei hij tegen hen: ‘Stel dat iemand van jullie een vriend heeft en midden in de nacht naar hem toe gaat en tegen hem zegt: “Wil je mij drie broden lenen, 6want een vriend van me is na een reis bij mij gekomen en ik heb niets om hem voor te zetten.”
7En veronderstel nu eens dat die vriend dan zegt: “Val me niet lastig! De deur is al gesloten en mijn kinderen en ik zijn al naar bed. Ik kan niet opstaan om je te geven wat je vraagt.”
8Ik zeg jullie, als hij al niet opstaat en het hem geeft omdat ze vrienden zijn, dan zal hij wel opstaan omdat zijn vriend zo onbeschaamd blijft aandringen, en hem alles geven wat hij nodig heeft.
9Daarom zeg ik jullie: vraag en er zal je gegeven worden, zoek en je zult vinden, klop en er zal voor je worden opengedaan.
10Want wie vraagt ontvangt, en wie zoekt vindt, en voor wie klopt zal worden opengedaan.
11Welke vader onder jullie zou zijn kind, als het om een vis vraagt, in plaats van een vis een slang geven?
12Of een schorpioen, als het om een ei vraagt? 13Als jullie dus, ook al zijn jullie slecht, je kinderen al goede gaven schenken, hoeveel te meer zal de Vader in de hemel dan niet de heilige Geest geven aan wie hem erom vragen.’

Matteüs 6 (tekst volgens gereviseerde NBV):
7Bij het bidden moeten jullie niet eindeloos voortprevelen zoals de heidenen, die denken dat ze door hun overvloed aan woorden verhoord zullen worden.
8Doe hen niet na! Jullie Vader weet immers wat jullie nodig hebben, nog vóór jullie het hem vragen.
9Bid daarom als volgt:
Onze Vader in de hemel, laat uw naam geheiligd worden,
10laat uw koninkrijk komen, laat uw wil gedaan worden op aarde zoals in de hemel.
11Geef ons vandaag het brood dat wij nodig hebben.
12Vergeef ons onze schulden, zoals ook wij vergeven wie ons iets schuldig was.
13En breng ons niet in beproeving, maar red ons van het Kwaad. Want aan u behoort het koningschap, de macht en de majesteit tot in eeuwigheid. Amen.
14Want als jullie anderen hun misstappen vergeven, zal jullie hemelse Vader ook jullie vergeven.
15Maar als je anderen niet vergeeft, zal jullie Vader jullie je misstappen evenmin vergeven.

LB 141:2
Laat, Heer, mijn gebed en mijn handen
geheven zijn, tot U gericht
als reukwerk voor uw aangezicht,
als offers die des avonds branden.

Preek

Dia 1

Dia 2

Dia 3

Dia 4

OT 369
Aan de maaltijd wordt het stil,
als de Meester knielen wil,
en vol liefde als een knecht,
elk apart de voeten wast en zegt:
Dit is wat Ik wil dat jullie doen,
dit is waarom Ik bij jullie neerkniel.
Dit is hoe mijn kerk behoort te zijn,
dit is wat de wereld ziet van Mij,
als je Mij gaat volgen.

Toon mijn liefde
aan de ander,
dien de ander,
zo heb Ik ook jou liefgehad.
Heb elkaar lief,
wat er ook gebeurt,
dien de ander,
zo heb ik ook jou liefgehad.

In de wereld wordt het stil,
als wij doen wat Jezus wil
en gaan dienen als een knecht,
zoals Hij ons heeft gezegd, Hij zei:
Dit is wat Ik wil dat jullie doen,
dit is waarom Ik bij jullie neerkniel.
Dit is hoe mijn kerk behoort te zijn,
dit is wat de wereld ziet van Mij,
als je Mij gaat volgen.
(Refrein 2x)

Dankgebed

Collecte-aankondiging

LB 838:1,2,4
1. O grote God die liefde zijt,
o Vader van ons leven,
vervul ons hart, dat wij altijd
ons aan uw liefde geven.
Laat ons het zout der aarde zijn,
het licht der wereld, klaar en rein.
Laat ons uw woord bewaren,
uw waarheid openbaren.

2. Maak ons volbrengers van dat woord,
getuigen van uw vrede,
dan gaat wie aarzelt met ons voort,
wie afdwaalt met ons mede.
Laat ons getrouw de weg begaan
tot allen die ons verre staan
en laat ons zonder vrezen
de minste willen wezen.

4. Wij danken U, o liefde groot,
dat Christus is gekomen.
Wij hebben in zijn stervensnood
uw diepste woord vernomen.
Nog klinkt dat woord; het spreekt met macht
en het wordt overal volbracht
waar liefde wordt gegeven,
wij uit uw liefde leven.

Zegen

 
 

Alle datums

  • 2020-03-29 09:30 - 10:30